Bijlagen

Waarderingsgrondslagen

Waarderingsgrondslagen voor activa en passiva

Algemeen


De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft.

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

Tussen de balans en de toelichting daarop komen afwijkingen voor welke worden veroorzaakt door afronding van bedragen.

Eigen bijdragen van het Centraal administratiekantoor (CAK) (baten):
Een aanvrager van een voorziening, zoals hulp in de huishouding, ondersteuning of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de WMO 2015 een eigen bijdrage verschuldigd. Het CAK is het publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) dat door de wetgever is belast met berekening , oplegging en incasso van de eigen bijdrage. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdrage door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid, volledigheid van en het naleven van het voorwaardencriterium bij de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat de gemeente bij de verantwoording van deze eigen bijdrage steunt op de informatie van het CAK en niet zelfstandig geheel sluitend de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van de eigen bijdragen hoeft te controleren.

Balans

Activa


Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De afschrijvingsduur is maximaal de afschrijvingstermijn (gebruiksduur) van het betreffende actief bij de derde.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa met economisch nut
Investeringen met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Investeringen met een meerjarig economisch nut worden slechts geactiveerd als het investeringsbedrag na aftrek van bijdragen van derden tenminste € 10.000 bedraagt.

Investeringen in materiële vaste activa met economisch nut waarvoor ter bestrijding  van de kosten een heffing wordt geheven (artikel 35, 1b BBV).
Deze investeringen worden slechts geactiveerd als het als het investeringsbedrag na aftrek van bijdragen van derden tenminste € 10.000 bedraagt.

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut
Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs – of vervaardigingsprijs. Deze investeringen worden slechts geactiveerd als het als het investeringsbedrag na aftrek van bijdragen van derden tenminste € 10.000 bedraagt.

Afschrijvingen
Investeringen worden afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur, waarbij geen rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijving gebeurt op lineaire basis. De afschrijving vangt aan in het jaar volgend op het jaar van ingebruikname. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de Nota Activabeleid 2019 van de gemeente Landsmeer.

Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Waar van toepassing is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Deelnemingen zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, of lagere marktwaarde als deze redelijkerwijs vast te stellen is en een duurzaam karakter heeft.

Vlottende activa
Voorraden
De als onderhanden werk opgenomen bouwgronden zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks met de vervaardiging samenhangen (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken) evenals toegerekende rentekosten en toegerekende administratie- en beheerskosten. Genomen resultaten zijn in de waardering verdisconteerd.  Winsten uit de grondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten volledig op de vervaardigingskosten in mindering gebracht.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa

De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald.

Liquide middelen
Liquide middelen zijn opgenomen tegen nominale waarde.

Passiva

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten.

Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen of verwachte verliezen of risico’s waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten op de balansdatum. Onder voorzieningen worden ook opgenomen de van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed. Uitzondering hierop vormen de van Europese en Nederlandse overheidslichamen verkregen middelen. Deze worden gepresenteerd bij de ‘Overlopende passiva overheidsmiddelen’. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Pensioenverplichtingen zijn tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. De onderhoudsegalisatie-voorzieningen worden afgeleid uit een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn.

Vaste schulden
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Vlottende passiva
De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Borg- en Garantstellingen
Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Alle niet uit de balans blijkende verplichtingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Grondslagen van resultaatbepaling

Algemeen

Lasten en baten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar zijn in acht genomen als die bij het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Winsten worden opgenomen als zij op balansdatum zijn gerealiseerd.

Bij het opstellen van de jaarrekening doet het college van burgemeester en wethouders schattingen en veronderstellingen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. Dit gebeurt in overeenstemming met algemeen geldende beginselen als voorzichtigheid en koppeling van baten en lasten aan het juiste jaar

Specifieke onderdelen in baten en lasten

Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Omdat geen voorzieningen of schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume mogen worden opgenomen wordt een beperkt deel van de personeelslasten toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt.

Afschrijvingen geschieden tijdsevenredig, op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur. Afschrijvingen vangen aan in het jaar na in gebruik name van het actief. Over de boekwaarde per 1 januari van een actief wordt -onverschillig of dat voltooid is of niet- omslagrente berekend tenzij het actief wordt gefinancierd met eigen vermogen in de vorm van een financieringsreserve. In dat geval blijft renteberekening achterwege.

Dividenduitkeringen van deelnemingen worden als bate genomen in het jaar waarin het dividend betaalbaar is gesteld. De betaalbaarstelling heeft gewoonlijk betrekking op het dividend over het voorgaande jaar.

De gemeente Landsmeer heeft de algemene uitkering verwerkt in overeenstemming met de betaalspecificatie over betaalmaand december 2024 die is ontvangen van het Ministerie BZK. Deze verwerking is in overeenstemming met voorgaande jaren. De gemeente heeft een betaalspecificatie met betrekking tot 2023 ontvangen over betaalmaand januari 2025. In deze betaalspecificatie is de algemene uitkering 2024 verlaagd met € 16.068. Deze verlaging is verwerkt in boekjaar 2025.

Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024 en de vertaling hiervan naar de financiële verordening van 24 april 2025.

Artikel 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

  1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.
  2. In de jaarrekening worden, binnen de programma’s, afwijkingen groter dan € 25.000,- op het niveau van het programmaonderdeel nader toegelicht.
  3. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. De rechtmatigheidsverantwoording is, gezien lid 2 en 4, beperkt tot een financiële tabel.
  4. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 50.000,- (rapportagegrens) nader toegelicht, tenzij:
  • de afwijking past binnen het door de raad geaccordeerde beleid;
  • er sprake is van compensatie via direct te relateren baten;
  • er sprake is van een open-einde-regeling;
  • de gemeenteraad wel is geïnformeerd, maar er geen begrotingswijziging is vastgesteld.

Artikel 11. Begrotingscriterium

  1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
  2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.
  3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
  4. Uitgangspunt is dat overschrijdingen van de lasten van geautoriseerde lasten (programmaniveau) en investeringskredieten als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
  1. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
  2. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.
  3. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
  1. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
  2. Overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten en investeringskredieten zijn naar hun aard niet onrechtmatig tenzij deze substantieel van aard zijn en niet tijdig gemeld zijn. Onder tijdig wordt ook verantwoording in de jaarrekening en/of het jaarverslag beschouwd.

Voor het voorwaardencriterium (artikel 10 financiële verordening) bestaat de norm uit het normenkader zoals op 24 april 2025 door de raad is vastgesteld.
Ten aanzien van het M&O criterium geldt dat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid en daarom eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen worden in de rechtmatigheidsverantwoording.

Bij de rechtmatigheidsverantwoording zijn, op grond van de Controleverordening 2025 en Financiële verordening 2025, zoals vastgesteld door de raad op 24 april 2025, de volgende kaders gehanteerd:

  • Een verantwoordingsgrens van 3 % (zijnde € 981K) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen;
  • Een rapporteringstolerantie van € 50K is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Deze pagina is gebouwd op 06/10/2025 15:02:49 met de export van 06/10/2025 10:34:49