Beschikbare weerstandscapaciteit
Ook bij de weerstandscapaciteit kunnen we het onderscheid tussen structureel en incidenteel maken.
Structureel
In theorie wordt deze gevormd door een combinatie van ombuigingen, bezuinigingen en inkomstenverhogingen. Ombuigen en bezuinigen is een lastig proces en vraagt om veel flexibiliteit van de begroting. Dat laatste blijkt echter bijzonder lastig. Aan alle uitgaven liggen immers bewust gekozen beleid of wettelijke regels ten grondslag die we moeten uitvoeren, en waarvan een steeds groter deel een open-einde-karakter heeft. Dat laatste zien we de afgelopen jaren bij vrijwel alle gemeenten als het gaat om de Wmo en Jeugdzorg. Maar ook als het lukt om andere beleidsmatige keuzes te maken, zijn de (positieve) financiële effecten hiervan niet direct in te boeken. Vaak is er namelijk al sprake van meerjarige financiële ‘verplichtingen’ in de vorm van kapitaallasten of subsidies die, wettelijk voorschrift, niet van het ene op het andere moment mogen worden afgebouwd. In deze gevallen biedt de incidentele weerstandscapaciteit (algemene reserve) dus wel tijdelijk uitkomst om dit proces weloverwogen uit te voeren. Veel van onze inkomsten (waar ook dienstverlening tegenover staat) zijn al gemaximeerd, omdat een kostendekking van 100% wordt gehanteerd of nagestreefd, zoals riool- en afvalstoffenheffing en leges voor vergunningen. Voor een inkomstenverhoging blijven dan feitelijk de algemene belastingen over, zoals de toeristenbelasting en de OZB. Deze belastingen zijn immers vrij besteedbaar. Voor de hoogte van (de tarieven voor) de toeristenbelasting geldt geen maximum. Het zijn belastingen die door verblijfsaanbieders in de gemeenten aan hun gasten worden doorberekend en aan de gemeente worden afgedragen. Bij een eventuele verhoging is het vooral van belang om te beoordelen of dit een (te) negatief effect heeft op de concurrentiepositie van de verblijfsaanbieders. Ten aanzien van de hoogte van de OZB gelden ook geen (wettelijke ) maximumtarieven, de hoogte daarvan is altijd een politieke keuze. Voor deze paragraaf hanteren we daarvoor als norm het zogenaamde toelatingskaartje voor artikel 12. Op basis daarvan bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 1,4 miljoen.
Incidenteel
Feitelijk vormt de algemene reserve, naast de bestedingsfunctie die deze reserve heeft, onze incidentele weerstandscapaciteit. Zolang er geen harde verplichtingen zijn aangegaan ten aanzien van bestemmingsreserves, kan de bestemming van die reserves in theorie worden heroverwogen en kan worden besloten deze toe te voegen aan de algemene reserve. Ditzelfde geldt voor eventuele stille reserves, bijvoorbeeld de verkoop van vastgoed.
Weerstandsratio
Hoewel de onbenutte belastingcapaciteit € 1,4 miljoen bedraagt is deze pas beschikbaar na een forse OZB-verhoging. Hetzelfde geldt voor eventuele stille reserves. Om die reden hanteren we voor deze paragraaf alleen de algemene reserve in combinatie met het laatste rekeningresultaat als weerstandscapaciteit. Door deze af te zetten tegen het risicoprofiel verkrijgen we de weerstandsratio, deze ziet er als volgt uit.
Weerstandsratio | |
|---|---|
Algemene reserve | 4.208.000 |
Rekeningresultaat 2024 | -697.000 |
Weerstandscapaciteit | 3.511.000 |
Risicoprofiel | 1.750.000 |
Weerstandsratio | 2,0 |
De weerstandsratio is lager dan de meest recent gepresenteerde ratio in de begroting 2025. Dat komt enerzijds door een andere bepaling van het risicoprofiel (hoger) en anderzijds door een andere berekening van de weerstandscapaciteit (lager). Naar hun aard zijn de risico's echter niet toegenomen en is de weerstandsratio ruim voldoende. Bovendien is de beoogde verkoopopbrengst van het Resort nog geen onderdeel van het weerstandsvermogen, wanneer deze wordt gerealiseerd neemt de ratio toe.
Weerstandsnorm | ||
|---|---|---|
Waarderings-cijfer | Ratio | Betekenis |
A | > 2.0 | uitstekend |
B | 1.4-2.0 | ruim voldoende |
C | 1.0-1.4 | voldoende |
D | 0.8-1.0 | matig |
E | 0.6-0.8 | onvoldoende |
F | < 0.6 | ruim onvoldoende |
